OM wil commerciële DNA-databanken vaker inzetten: Kader moet grenzen vastleggen

Gepubliceerd: 28 oktober 2026 | Leestijd: 2 minuten

IN HET KORT: Het Openbaar Ministerie (OM) wil commerciële DNA-databanken in de toekomst vaker gaan gebruiken bij het oplossen van ernstige misdrijven. Na aanleiding van de resultaten van een pilot werkt Justitie momenteel aan een formeel kader om vast te leggen onder welke strikte voorwaarden en in welke specifieke zaken dit ingrijpende opsporingsmiddel mag worden ingezet. Hoewel de opsporingsdiensten het als een waardevolle doorbraak zien voor vastgelopen onderzoeken, stuit het voornemen op flinke kritiek van advocaten, ethici en privacyexperts.

De doorbraak van genealogische DNA-databanken

Commerciële DNA-databanken — zoals GEDmatch of MyHeritage — worden door miljoenen consumenten wereldwijd gebruikt om stambomen uit te pluizen of de eigen etnische afkomst te achterhalen. Gebruikers uploaden hiervoor vrijwillig hun DNA-profiel. Via zogeheten 'geavanceerde verwantschapsanalyse' of forensische genealogie kunnen opsporingsdiensten vergelijkbare DNA-sporen van een onbekende verdachte matchen met verre familieleden in zo'n database.

In 2023 kreeg Justitie voor het eerst toestemming van de rechter-commissaris om in twee spraakmakende coldcasezaken gebruik te maken van internationale, commerciële DNA-bestanden. Met het analyseren van deze stamboomdata hopen rechercheurs alsnog een spoor te vinden naar daders van ernstige delicten — zoals moord of doodslag — waarin het reguliere landelijke DNA-informatiesysteem van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) geen resultaten opleverde.

Privacyzorgen en juridische bezwaren

Het gebruik van deze commerciële gegevens voor strafrechtelijk onderzoek ligt erg gevoelig. Advocaten en privacyorganisaties uiten serieuze twijfels over de rechtmatigheid en de ethische kanten van deze werkwijze:

Indirecte toestemming: Consumenten die hun DNA afstaan voor stamboomonderzoek, geven daarmee onbedoeld ook genetische informatie prijs over al hun (verre) familieleden. Die verwanten hebben zelf nooit toestemming gegeven dat hun DNA-profiel indirect wordt gebruikt voor politieonderzoek.

Functiekruip (function creep): Er bestaat vrees dat de inzet van commerciële databanken, die nu alleen bedoeld is voor zware coldcasezaken, geleidelijk zal verschuiven naar minder ernstige delicten.

GrensOverschrijdende datastromen: Veel commerciële DNA-bedrijven zijn gevestigd in de Verenigde Staten, waar andere privacywetten gelden dan binnen de Europese Unie. Dit roept juridische vragen op over de verwerking en bescherming van de gevoelige genetische gegevens van Nederlandse burgers.

Duidelijk kader voor de toekomst

Het OM benadrukt dat het inzetten van commerciële DNA-databanken een 'ultimum remedium' moet blijven: een uiterste middel dat alleen wordt toegepast wanneer alle reguliere opsporingsmethoden zijn uitgeput. Het op te stellen kader moet heldere criteria bieden voor de aard van het misdrijf, de mate van verdenking en de vereiste rechterlijke toetsing.

Met dit kadersysteem wil Justitie een balans vinden tussen de maatschappelijke plicht om ernstige misdrijven op te lossen en het beschermen van de fundamentele grondrechten en privacy van burgers.

Maak jouw eigen website met JouwWeb