CYBERSECURITY

[scroll omlaag voor alle artikelen]

Russische hackers omzeilen 2FA met vertrouwde inlogprocedures

Het Google Threat Intelligence Group (GTIG) waarschuwt in een nieuw dreigingsrapport voor Russische hacker groepen die op steeds slimmere wijze twee-factor authenticatie (2FA) omzeilen. In plaats van traditionele malware te gebruiken, maken de aanvallers misbruik van vertrouwde inlogprocedures en geldige referenties — een tactiek die conventionele beveiligingsmaatregelen moeilijker detecteren.

Gerichte aanvallen op hoogwaardige doelwitten
De aanvallers richten zich op specifieke personen binnen de academische wereld, denktanks, de lucht- en ruimtevaartsector en overheidsinstanties in Europa en de Verenigde Staten. Volgens GTIG maken de dreigingactoren gebruik van een combinatie van social engineering, gespoofte inlogportalen en adversair-in-the-middle-infrastructuur om inloggegevens en MFA-tokens te onderscheppen. Daarnaast zou een inmiddels gepatchte kwetsbaarheid in Microsoft Outlook Web Access (OWA) zijn uitgebuit om toegang tot mailboxen te behouden, zelfs nadat wachtwoorden waren gewijzigd. Deze activiteit zou rond 22 juli 2026 zijn begonnen.

Waarom deze methode zo gevaarlijk is
Wat deze campagnes bijzonder verraderlijk maakt, is dat ze geen malware achterlaten. Omdat de aanvallers werken met gestolen sessietokens en geldige referenties, registreren traditionele endpoint-detectiesystemen geen afwijkingen.

De aanvallers registreren vervolgens eigen apparaten bij de MFA-oplossing van het slachtoffer, stellen regels voor e-mail doorstuurstelling in om hun sporen uit te wissen, en pivoteren vervolgens naar gevoelige systemen.

Mitigatie
GTIG benadrukt dat effectieve verdediging vraagt om een verschuiving van malwaredetectie naar identiteitsbescherming. Organisaties worden geadviseerd om sessietokens consequent in te trekken na verdachte activiteit, identiteits- en toegangsbeheeroperaties te beperken, en handmatige verificatieprotocollen met hoge zekerheid toe te passen bij accountgerelateerde verzoeken. Ook het tijdelijk uitschakelen van VPN- en VDI-toegangspunten kan impact beperken tijdens een incident.

Dit rapport onderstreept een ongemakkelijke realiteit: wie uitsluitend op 2FA vertrouwt, loopt achter. De dreiging evolueert sneller dan veel defensieve architecturen meekunnen.


Criminelen misbruiken onrust rond ING Scanner en Wero voor phishing

De overstap van iDEAL naar het Europese betaalsysteem Wero levert criminelen dezer dagen gretig materiaal op voor phishingmails. Aanleiding is de aankondiging van ING dat de Scanner, het fysieke apparaatje waarmee veel klanten hun internetbankieren beveiligen, straks geen Wero-betalingen meer kan goedkeuren.

Op dit moment verandert er nog niets: zolang je met iDEAL betaalt, werkt de Scanner gewoon. Vanaf oktober 2026 vervangen webshops iDEAL echter stap voor stap door Wero, en vanaf eind 2027 verdwijnt iDEAL definitief. ING heeft laten weten dat de techniek achter Wero niet in de Scanner is door te voeren. Klanten die online willen blijven afrekenen via Wero, moeten daarvoor overstappen op de ING App. Wie geen app gebruikt of geen smartphone heeft, kan bij deelname van de webshop nog uitwijken naar betalen op factuur, een bankoverschrijving of creditcard.

Deze op zich legitieme mededeling wordt inmiddels actief misbruikt. Zo circuleert een phishingmail die zich voordoet als bericht van ING en/of iDEAL, waarin staat dat de Scanner per 19 augustus buiten werking wordt gesteld tenzij de ontvanger direct via een bijgevoegde link zijn account verifieert. De mail dreigt met een tijdelijke blokkade van de bankrekening om druk op te voeren. Deze verificatie bestaat niet: ING vraagt nooit om via een link in een e-mail je account te bevestigen.

De Consumentenbond verwacht dat dit soort phishingcampagnes nog tot minstens eind 2027 zal aanhouden, zolang de uitrol van Wero duurt. Blijf dus alert bij mails over de overstap naar Wero, klik nooit op links om je bankaccount te "verifiëren" en ga bij twijfel altijd rechtstreeks naar de site of app van je bank. Verdachte mails kun je doorsturen naar valse-email@fraudehelpdesk.nl of valse-email@ideal.nl.


Ondersteuning voor Windows 11 24H2 Home en Pro stopt op 13 oktober

Microsoft heeft gebruikers eraan herinnerd dat de ondersteuning voor Windows 11, versie 24H2, in de Home- en Pro-edities over twee maanden afloopt. Vanaf 13 oktober 2026 ontvangen apparaten met deze versie geen maandelijkse beveiligings- en kwaliteitsupdates meer. Wie beveiligd wil blijven, moet vóór die datum overstappen op een nieuwere versie.

De deadline is geen verrassing: Windows 11 24H2 verscheen op 1 oktober 2024 en Microsoft hanteert voor consumenten- en kleinzakelijke edities standaard een ondersteuningstermijn van 24 maanden. Die periode loopt nu simpelweg af.

Voor zakelijke gebruikers met de Enterprise- of Education-editie geldt een langere termijn: die versies blijven tot 12 oktober 2027 ondersteund. Ook Windows 10 Enterprise LTSB 2016 bereikt op 13 oktober 2026 het einde van de reguliere updates.

Na de deadline blijven getroffen pc's gewoon werken, maar nieuw ontdekte kwetsbaarheden worden niet meer standaard gedicht. Dat

Dat maakt systemen op termijn een steeds aantrekkelijker doelwit voor aanvallers, zeker omdat kwetsbaarheden in een niet langer ondersteunde Windows-versie vaak alsnog publiek bekend worden.

Om gebruikers niet te laten vastlopen, is Microsoft al begonnen met het automatisch installeren van Windows 11 25H2 op daarvoor geschikte Home- en Pro-apparaten die niet centraal door een IT-afdeling worden beheerd. Deze update wordt via Windows Update aangeboden en vereist doorgaans niet meer dan één herstart. Omdat 25H2 op dezelfde onderliggende platformbasis draait als 24H2, verloopt de overstap technisch gezien meestal soepel en snel.

Gebruikers die zeker willen weten dat hun systeem beveiligd blijft, kunnen zelf controleren via Instellingen > Windows Update of de update al is aangeboden, en deze desgewenst handmatig starten. Voor apparaten die niet aan de systeemeisen van nieuwere Windows-versies voldoen, biedt Microsoft in sommige gevallen tijdelijke uitgebreide beveiligingsupdates (ESU) als overbrugging.


De ransomwarebende Medusa heeft meer dan 500 organisaties getroffen

Amerikaanse cyberautoriteiten hebben hun waarschuwing over de ransomwarebende Medusa flink naar boven bijgesteld. In een bijgewerkt gezamenlijk advies van CISA, de FBI en het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid (HHS) staat dat Medusa sinds de eerste waarneming in juni 2021 meer dan 500 organisaties heeft getroffen. In de vorige versie van het advies, van maart 2025, ging het nog om ruim 300 slachtoffers — een stijging van bijna tweehonderd getroffen organisaties binnen ongeveer een jaar.

Medusa opereert als ransomware-as-a-service: de ontwikkelaars verhuren hun tooling aan affiliates, die zelf inbreken bij slachtoffers. De bende werkt met dubbele afpersing — data wordt versleuteld én gestolen, met dreiging tot publicatie als niet binnen 48 uur wordt onderhandeld via Tor-chats of Tox-berichten. Getroffen sectoren lopen uiteen van zorg, onderwijs en de juridische sector tot kritieke industrie, defensie-toeleveranciers en overheidsdiensten. Een spraakmakend voorbeeld dit jaar was de aanval op het University of Mississippi Medical Center, het enige kinderziekenhuis en Level I-traumacentrum van de staat.

Voor toegang leunt Medusa zwaar op zogeheten initial access brokers, die tussen de 100 en 1 miljoen dollar krijgen voor bruikbare inloggegevens. Daarnaast misbruiken de aanvallers bekende kwetsbaarheden vaak al binnen 24 uur na openbaarmaking, waaronder lekken in ConnectWise ScreenConnect, Fortinet FortiClient EMS en Fortra GoAnywhere MFT. Eenmaal binnen schakelen ze beveiligingssoftware uit, verwijderen ze schaduwkopieën en versleutelen ze bestanden met AES-256, herkenbaar aan de extensie .medusa.

CISA en de FBI raden organisaties nadrukkelijk af om te betalen, omdat dit geen garantie biedt op herstel van bestanden. Wel adviseren ze tijdige patching, netwerksegmentatie en het monitoren van legitieme beheertools die Medusa-actoren vaak misbruiken om onder de radar te blijven.


Brave voert de strijd tegen GPU-fingerprinting op

Brave heeft nieuwe maatregelen aangekondigd die het steeds populairdere "GPU-fingerprinting" moeten bemoeilijken. Vanaf versie 1.93 van de browser worden de gegevens die websites via WebGL en WebGPU over iemands videokaart kunnen opvragen grotendeels onherkenbaar gemaakt. Daarmee pakt Brave een trackingtechniek aan die steeds vaker wordt ingezet nu cookies door andere privacymaatregelen minder betrouwbaar zijn geworden.

Wat is GPU-fingerprinting?

Bij browser fingerprinting verzamelen trackers allerlei kleine, apparaatspecifieke eigenschappen om daar één unieke "vingerafdruk" van te maken: schermresolutie, processor, batterijstatus, besturingssysteem, tijdzone, systeemtaal, geïnstalleerde lettertypen en plug-ins. Omdat de combinatie van al die kenmerken bij vrijwel niemand exact hetzelfde is, kunnen adverteerders gebruikers hiermee over het web volgen zonder afhankelijk te zijn van cookies.

De grafische API's WebGL en WebGPU zijn hierbij bijzonder waardevol voor trackers. Deze technieken zorgen ervoor dat websites hardwareversnelde graphics kunnen tekenen, maar geven tegelijk gedetailleerde informatie prijs over de videokaart en grafische driver van een gebruiker. Een script kan zo het exacte merk en model van de GPU achterhalen, plus de precieze lijst van functies die de hardware ondersteunt. Omdat mensen hun videokaart niet dagelijks vervangen, is dit signaal bovendien opvallend stabiel in de tijd, wat het extra geschikt maakt om iemand langdurig te volgen.

Uit een eigen crawl van populaire websites concludeerde Brave dat de meeste sites deze grafische API's vrijwel uitsluitend gebruiken voor het maken van fingerprints, en dus niet om daadwerkelijk grafische content te tonen.

Hoe Brave de bescherming aanpakt

Om trackers dit signaal te ontnemen, grijpt Brave op drie plekken in. Ten eerste worden de WebGL-vendor- en renderer-strings vervangen door één generieke waarde, zodat alle Brave-gebruikers exact dezelfde informatie prijsgeven. Ten tweede worden de hardwarebeschrijvingen die WebGPU teruggeeft, zoals de gebruikte architectuur en het apparaattype, volledig leeggemaakt. Ten derde voegt Brave ruis toe aan de lijst van ondersteunde WebGL-extensies, zodat deze per sessie, per website en per opslaggebied verschilt en niet meer bruikbaar is als vast kenmerk.

Deze bescherming staat standaard aan in zowel de desktop- als de Android-versie van Brave en wordt de komende dagen gefaseerd uitgerold. Gebruikers die om wat voor reden dan ook toch de volledige grafische functionaliteit nodig hebben, kunnen de bescherming per website uitzetten.

Balanceren tussen privacy en een werkend web

Brave benadrukt dat het doel is om trackers een stabiele identificatie te ontzeggen, zonder dat websites de mogelijkheden verliezen om rijke, grafisch aantrekkelijke ervaringen te bieden. Om te voorkomen dat de maatregelen sites breken, is de functionaliteit eerst maandenlang getest in de Nightly- en Betakanalen van de browser. Mocht een site alsnog problemen ondervinden, dan kan Brave de bescherming voor die specifieke site aanpassen.

Wie zelf wil zien hoe herkenbaar de eigen browser is, kan dat testen via Cover Your Tracks van de Electronic Frontier Foundation. Na de volledige uitrol van de nieuwe bescherming zouden de WebGL-vendor- en rendererwaarden daar moeten samensmelten tot een generieke, niet-herleidbare waarde.

Brave kondigt in dezelfde update aan dat ook de lijst met WebGPU-extensies in de toekomst gerandomiseerd wordt, als volgende stap in wat de browser al langer als speerpunt voert: geavanceerde trackingbescherming die standaard aanstaat, zonder dat gebruikers daar zelf een instelling voor hoeven te activeren.


Verlopen domeinen: goudmijn voor cybercriminelen

Elke dag vervallen tienduizenden domeinnamen wereldwijd. Wat voor de meeste mensen een oninteressant administratief detail lijkt, blijkt voor cybercriminelen een lucratieve buit. 

Zij kopen deze "dropcatch"-domeinen gericht op, om te profiteren van de reputatie, het verkeer en de DNS-geschiedenis die de vorige eigenaar heeft opgebouwd.

Een op de vijf nieuwe domeinen heeft een verleden

Onderzoek van Infoblox Threat Intel laat zien hoe groot dit fenomeen inmiddels is. In de eerste helft van 2026 werden dagelijks ongeveer 65.000 verlopen domeinen opnieuw geregistreerd, goed voor bijna twintig procent van alle nieuwe domeinregistraties. Dat betekent dat een op de vijf "nieuwe" domeinen in werkelijkheid al een voorgeschiedenis heeft, compleet met vertrouwensscore, oude backlinks, resterend zoekverkeer en soms zelfs nog actieve DNS-records die naar infrastructuur wijzen waar de oorspronkelijke eigenaar allang geen controle meer over heeft.

Niet elk hergebruikt domein belandt bij criminelen; ook legitieme investeerders en onderzoekers kopen verlopen domeinen op. Maar een deel wordt doelbewust ingezet voor kwaadaardige doeleinden, en juist die domeinen zijn extra gevaarlijk: ze zijn moeilijker te herkennen als verdacht, omdat ze al een schone reputatie hebben opgebouwd.

Miljoenen geïnvesteerd in criminele infrastructuur

Een treffend voorbeeld is de groep die Infoblox aanduidt als Sable Squirrel. Deze actor heeft naar schatting bijna zeven miljoen dollar uitgegeven aan het opkopen van verlopen domeinen via veilingplatforms als DropCatch.com, GoDaddy, Namecheap en Dynadot. De domeinen worden ingezet voor een breed criminaliteitsnetwerk: illegale sportstreams, onlinegokpromotie, verkeersomleiding en malware-C2. Opvallend is het dubbele gebruik: een bezoeker ziet een livestream van een voetbalwedstrijd, terwijl een geïnfecteerd apparaat via datzelfde domein communiceert met een command-and-controlserver.

Onderzoekers troffen ruim 31.000 malwaresamples aan die verbinding maakten met deze infrastructuur, waaronder bekende families als Quasar RAT, AsyncRAT, DCRat, NanoCore, Remcos en njRAT, plus varianten met kenmerken van HiddenTear-ransomware. Sectoren als onderwijs, IT-consultancy, overheid, zorg en bankwezen bleken relatief vaak verbinding te maken met deze domeinen.

Razendsnel gewapend

Wat de aanpak extra riskant maakt, is de snelheid waarmee overgenomen domeinen worden ingezet. Volgens de onderzoekers gaat 24 procent van de domeinen al op de dag van registratie live voor kwaadaardige doeleinden, 76 procent binnen een week en 94 procent binnen twee weken. De reputatie en het bestaande verkeer worden dus vrijwel direct te gelde gemaakt.

Een andere geobserveerde groep, Shady Squirrel, koppelde overgenomen domeinen aan SocGholish, de beruchte "fake update"-infrastructuur die eerder dit jaar doelwit was van internationale opsporingsactie Operation Endgame.

Wat dit betekent voor verdedigers

Voor beveiligingsteams onderstreept dit onderzoek dat domeinreputatie alleen onvoldoende houvast biedt. Een domein met een jarenlange, ogenschijnlijk schone historie kan zomaar van eigenaar zijn gewisseld en nu onderdeel zijn van criminele infrastructuur. Experts adviseren organisaties daarom om domeinregistratiedata en eigendomswijzigingen actief te monitoren, niet alleen te vertrouwen op leeftijd of reputatiescore van een domein, en verdachte gedragsveranderingen — zoals een plotselinge koppeling met bekende malwarefamilies — snel te signaleren.


Windows 11-beveiliging te omzeilen via lek in RAM-modules

Onderzoekers van de University of Birmingham en Durham University tonen een aanval waarmee de beveiliging van Windows 11 via software wordt omzeild.

De aanval, genaamd 'Download More RAM', misbruikt een onbeschermde configuratiechip op sommige DDR4- en DDR5-modules.

Vervalste geheugenconfiguratie

De kern van het probleem zit in de Serial Presence Detect (SPD): configuratiegegevens op een RAM-module die aangeven hoeveel geheugen erop zit en met welke snelheid het werkt. Op geheugenmodules waarvan de SPD-chip niet beveiligd is tegen schrijftoegang, kan software met lokale beheerdersrechten die gegevens aanpassen. Windows gaat er vervolgens ten onrechte van uit dat er tot twee keer zoveel RAM aanwezig is dan in werkelijkheid het geval is.

Dat leidt tot memory aliasing: twee verschillende geheugenadressen die Windows als apart beschouwt, wijzen in werkelijkheid naar dezelfde fysieke RAM. Normaal gesproken zou dit het systeem laten crashen, maar de onderzoekers ontdekten dat via bepaalde opstartinstellingen het gealiaste geheugengebied gereserveerd kon worden, waardoor Windows stabiel blijft terwijl een aanvaller alsnog toegang houdt tot datzelfde fysieke geheugen via een ander adres. Zo kunnen fundamentele Windows-beveiligingslagen als Virtualization-Based Security (VBS) worden ondermijnd, ondanks dat deze juist bedoeld zijn om processen strikt van elkaar te isoleren.

Corsair, G.Skill en ADATA geraakt

Uit onderzoek naar populaire consumenten-geheugenmodules bleek dat in elk geval Corsair, G.Skill en ADATA productlijnen op de markt brengen waarvan de configuratiechip volledig onbeveiligd is, in strijd met de richtlijnen van standaardisatieorgaan JEDEC. Samen zijn deze fabrikanten goed voor 55 procent van de markt voor high-performance consumentengeheugen en zelfs meer dan 70 procent van het gamingsegment. Modules van onder meer Crucial, Kingston en HyperX bleken wél voldoende beveiligd om de aanval te blokkeren.

Microsoft heeft inmiddels een mitigatie uitgebracht die de gedemonstreerde aanvalsketen blokkeert. Het onderliggende hardwareprobleem op onbeveiligde geheugenmodules blijft echter bestaan.


Analyse: Ransomware 3.0 – DeadLock maakt zich 'bulletproof' tegen politie via blockchain

Het kat-en-muisspel tussen opsporingsdiensten en cybercriminelen heeft een verontrustende wending genomen. Uit een recent rapport van Microsoft Threat Intelligence, gepubliceerd op 10 augustus 2026, blijkt dat de beruchte ransomwarebende DeadLock is overgestapt op gedecentraliseerde blockchaintechnologie.

Het doel? Hun communicatiekanalen en 'leak-sites' volledig immuun maken voor takedowns door de politie.

Traditioneel opereerden ransomwaregroepen via het darkweb (Tor) of zogenoemde bulletproof hosting. Hoewel anoniem, bleven deze centrale servers en domeinen kwetsbaar voor internationale politieacties. DeadLock breekt nu met dit model. Door hun eisen, gestolen data en onderhandelingsplatforms te hosten op gedecentraliseerde netwerken, verdwijnt het traditionele 'single point of failure'. Er is simpelweg geen centrale server meer om in beslag te nemen of een domein om uit de lucht te halen.


Voor cybersecurity-experts is dit een nachtscenario. Blockchain-gebaseerde opslag betekent dat data wordt gefragmenteerd en verspreid over duizenden nodes wereldwijd. Zelfs als Europol of de FBI erin slaagt één node offline te halen, blijft de leak-site van DeadLock gewoon online. Het maakt de infrastructuur van de criminelen in de praktijk onverwoestbaar.

Wat betekent deze verschuiving voor de toekomst van digitale beveiliging? Het rapport van Microsoft benadrukt dat preventie nu belangrijker is dan ooit. Nu de mogelijkheid om criminelen achteraf de infrastructuur te ontnemen wegvalt, moeten organisaties hun focus verleggen naar zero-trust architecturen en geavanceerde endpoint-detectie.
De stap van DeadLock markeert een donker hoofdstuk in de evolutie van cybercrime. Ransomware is niet langer slechts een malware-probleem; het is een gedecentraliseerd ecosysteem geworden.

Voor opsporingsdiensten betekent dit dat ze niet alleen hackers moeten vangen, maar de fundamentele architectuur van het internet zelf moeten heroverwegen. De jacht op DeadLock is zojuist exponentieel moeilijker geworden.


Zeven op tien reiswebsites schieten tekort in e-mailbeveiliging

Zeventig procent van de bekendste reiswebsites in Nederland heeft de basis van hun e-mailbeveiliging niet optimaal ingericht, waardoor vakantiegangers een verhoogd risico lopen op phishing en e-mailfraude. Dat blijkt uit onderzoek van cybersecuritybedrijf Proofpoint naar DMARC-adoptie onder de top twintig Nederlandse reisportals, uitgevoerd in juni 2026.

DMARC (Domain-based Message Authentication, Reporting and Conformance) is een e-mailvalidatieprotocol dat de identiteit van een afzender controleert voordat een bericht de inbox bereikt. Het protocol kent drie beschermingsniveaus: monitoren, in quarantaine plaatsen en afwijzen. Alleen afwijzing blokkeert verdachte e-mails daadwerkelijk voordat ze de ontvanger bereiken.

Van de onderzochte reiswebsites heeft 85% inmiddels een basis DMARC-record gepubliceerd. Slechts 30% daarvan heeft het beleid doorgetrokken naar het strengste niveau, afwijzing. Dat betekent dat 70% van de bekendste reismerken hun klanten, medewerkers en partners kwetsbaar houdt voor imitatie-e-mails. Het cijfer is wel een verbetering ten opzichte van vorig jaar, toen 80% tekortschoot en slechts 20% het afwijzingsbeleid had ingesteld.

Volgens Matt Cooke, cybersecuritystrateeg EMEA bij Proofpoint, maakt het hoge volume aan reisgerelateerde e-mails - vluchtbevestigingen, hotelboekingen en aanbiedingen - de sector aantrekkelijk voor criminelen die zich voordoen als vertrouwde reismerken. Dat risico is actueel: volgens de ANWB Vakantiemonitor plant 85% van de Nederlanders in 2026 een vakantie, en gingen in de periode april-mei alleen al acht miljoen Nederlanders op reis.

Proofpoint adviseert reizigers om sterke, unieke wachtwoorden en multifactorauthenticatie te gebruiken, wantrouwend te zijn bij te mooie aanbiedingen, nooit direct op links in ongevraagde e-mails te klikken maar zelf het adres van de officiële website in te typen, en reviews te checken voordat er wordt geboekt.


Criminelen spoofen helpdesknummer bij telefonische phishing op bedrijven

Google waarschuwt voor een groep cybercriminelen die medewerkers van bedrijven telefonisch benadert en daarbij het telefoonnummer van de eigen IT-helpdesk vervalst. Door deze zogeheten vishing-aanvallen (voice phishing) overtuigender te maken, weten de daders toegang te krijgen tot bedrijfsnetwerken en cloudomgevingen. Dat meldt het Google Threat Intelligence Group in een analyse van de groep, die wordt aangeduid als UNC6671.

Nepverhaal over verplichte beveiligingsupdate

Bij de aanvallen bellen de criminelen medewerkers, vaak op hun privételefoon, met het verhaal dat er dringend een beveiligingsmigratie moet worden doorgevoerd, bijvoorbeeld het instellen van een passkey of het vernieuwen van de tweestapsverificatie. Om geloofwaardig over te komen, spoofen ze het nummer van de helpdesk. Het slachtoffer wordt vervolgens doorverwezen naar een neppe inlogpagina die lijkt op een officieel bedrijfsportaal. Via deze pagina onderscheppen de aanvallers wachtwoorden én tweefactorcodes met zogeheten adversary-in-the-middle-technieken, waarna ze zich toegang verschaffen tot omgevingen als Microsoft 365 en Okta om gegevens te stelen.

Van BlackFile naar meerdere merken

Volgens Google opereerde de groep eerder onder de naam BlackFile, en zou dat merk in mei zijn gestopt. Onderzoek van het techbedrijf laat echter zien dat dezelfde infrastructuur en phishingsjablonen inmiddels worden hergebruikt onder nieuwe namen, waaronder Redact, Pink, Helix en Falcon. De focus van de aanvallen verschoof de afgelopen maanden van brede sectoren als zorg en productie naar specifiek financiële dienstverlening, advocatenkantoren en private-equitybedrijven, vermoedelijk omdat die partijen gevoeliger informatie bezitten waarmee hogere losgeldbedragen kunnen worden afgedwongen.

Advies voor bedrijven

Google adviseert organisaties om phishingbestendige inlogmethoden te gebruiken, zoals fysieke FIDO2-sleutels of passkeys, sessies regelmatig te laten verlopen en toegang te beperken tot beheerde apparaten binnen vertrouwde netwerken. Ook wordt aangeraden om ongebruikelijke wachtwoordresets en grote datadownloads via geautomatiseerde tools scherper te monitoren.


Is de 3-2-1 back-upregel nog voldoende, of moet je uitbreiden?

De 3-2-1 back-upregel geldt al jaren als gouden standaard: bewaar drie kopieën van je data, op twee verschillende soorten opslagmedia, waarvan minimaal één kopie op een externe locatie. Fotograaf Peter Krogh formuleerde het principe midden jaren 2000, in een tijd van tapes en externe harde schijven. De vraag is of dat model nog standhoudt tegen de dreigingen van vandaag.

Nog steeds het fundament

Instanties als het Amerikaanse CISA en NIST blijven de 3-2-1-architectuur aanhalen als minimale basis in hun richtlijnen tegen ransomware. Het principe is flexibel genoeg om ook op moderne infrastructuur zoals cloudomgevingen te worden toegepast, en voorkomt nog altijd een enkel storingspunt: valt één kopie uit door een hardwarefout of natuurramp, dan zijn er altijd nog twee andere beschikbaar.

Waarom het niet meer volstaat

Het probleem is dat 3-2-1 is ontworpen vóór het tijdperk van geavanceerde ransomware. Moderne aanvallers gaan gericht op zoek naar back-upservers binnen een netwerk en versleutelen die net zo makkelijk als de productieomgeving. Een back-up die permanent bereikbaar is vanaf het netwerk, is dus geen echte vangnet meer.

Daarom wint de uitgebreide variant 3-2-1-1-0 terrein. Deze voegt twee elementen toe: één onveranderlijke (immutable) of air-gapped kopie die zelfs een beheerder niet kan wijzigen of verwijderen, en "nul fouten" door regelmatige, geverifieerde hersteltests. Zonder die laatste stap weet je namelijk pas tijdens een crisis of je back-up daadwerkelijk werkt.

Ook cloudopslag en SaaS-applicaties als Microsoft 365 vragen om aandacht: veel gebruikers denken dat de leverancier alles back-upt, terwijl dat vaak een gedeelde verantwoordelijkheid is.


Conclusie

De kern van 3-2-1 blijft overeind, maar als losstaand model is het niet meer genoeg tegen ransomware. Wie zijn data serieus wil beschermen, doet er verstandig aan over te stappen op 3-2-1-1-0: minimaal één onveranderlijke of offline kopie, gecombineerd met periodieke, geverifieerde hersteltests.


Maak jouw eigen website met JouwWeb