De digitaks: het EU-plan dat nooit lijkt te landen

Gepubliceerd op 28 september 2026 om 11:49

Het is een terugkerend ritueel in Brussel: zodra Europese politici opnieuw worstelen met tekorten op de begroting, duikt het idee van een digitaks weer op. De redenering is simpel en aansprekend. Amerikaanse techreuzen als Google, Meta, Amazon en Apple halen miljarden op met advertenties en de verkoop van gebruikersdata van Europese burgers, maar boeken hun winsten vaak via landen met een gunstig belastingklimaat — denk aan Ierland of Luxemburg. Het resultaat: enorme omzet in de EU, maar nauwelijks belasting die daadwerkelijk in Europese schatkisten belandt.

Het plan voor een digitale belasting is niet nieuw. Al in 2018 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een tijdelijke heffing van 3 procent op digitale omzet, gericht op bedrijven met een wereldwijde omzet boven de 750 miljoen euro. Landen als Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk voerden vervolgens hun eigen nationale digitaksen in. Maar op EU-niveau strandde het plan telkens weer, mede door verzet van lidstaten als Nederland en Ierland, en door de hoop dat de OESO tot een wereldwijd akkoord zou komen over een minimumwinstbelasting.

Ondertussen laten de Amerikanen er geen twijfel over bestaan hoe zij tegen zo'n heffing aankijken. President Trump dreigde afgelopen zomer met een verpletterend antwoord: een importheffing van maar liefst 100 procent op alle goederen uit landen die een digitale belasting invoeren voor Amerikaanse bedrijven. Die dreiging kwam vlak voor de deadline voor een handelsdeal tussen de EU en de VS, waarin tarieven op de meeste Europese export werden vastgezet op 15 procent — digitale belastingen bleven daarbij nadrukkelijk buiten beeld, en dus een onopgelost twistpunt.

De Europese Commissie liet zich publiekelijk niet direct intimideren. Een woordvoerder noemde eenzijdige dreigementen "ongerechtvaardigd" en stelde dat Europa "snel en doortastend" zal reageren als de VS werkelijk doorpakt, en benadrukte dat een digitaks niet-discriminerend zou zijn en alle grote bedrijven zou treffen, ongeacht hun herkomst. Maar de praktijk laat iets anders zien: een concreet EU-breed wetsvoorstel is er nog altijd niet, en het risico op een handelsoorlog weegt zwaar mee in de Brusselse afweging.

Zo blijft de digitaks vooral een terugkerend politiek signaal in plaats van een echte wet. Voor Amerikaanse techbedrijven is dat goed nieuws: zolang Washington tarieven als drukmiddel inzet en Europa verdeeld blijft over de aanpak, hoeven zij hun verdienmodel — het verzilveren van Europese data en aandacht — voorlopig niet aan te passen. De kaas blijft, met andere woorden, voorlopig gewoon op het brood.

Maak jouw eigen website met JouwWeb