INTERNET & SOCIAAL MEDIA
[scroll omlaag voor alle artikelen]
Australië grijpt in bij Roblox: toezicht op kinderbescherming
Het Australische eSafety-commissariaat heeft Roblox onder dwang gezet om zijn kinderbeschermingsmaatregelen ingrijpend aan te passen. Na uitgebreid onderzoek concludeerde eSafety dat de populaire gameplatform niet voldoet aan de verplichtingen uit de Online Safety Act, waardoor kwaadwillenden onbelemmerd contact kunnen zoeken met minderjarigen.
Rechtbankafdwingbaar commitment
eSafety-commissaris Julie Inman Grant verklaarde dat Roblox nu een rechtbankafdwingbare verbintenis heeft ondertekend. Dit betekent dat het platform wettelijk verplicht is tot concrete verbeteringen binnen drie maanden. Volgens Grant mag Roblox voortaan "niet zijn eigen huiswerk nakijken" — een verwijzing naar het verplichte inschakelen van een onafhankelijke derde partij die de veiligheidssystemen moet auditeren, inclusief de leeftijdsschattingstechnologie.
Kritieke tekortkomingen
Het onderzoek van eSafety onthulde ernstige lacunes in de beveiliging. Zo waren profielen van kinderen standaard openbaar inzichtelijk: accountnamen, avatarafbeeldingen, connectielijsten en interesses konden door iedereen worden bekeken. Volwassenen konden zonder ouderlijke toestemming directe berichten sturen naar gebruikers onder de 16 jaar. Ook fora buiten het game-omgeving boden geen adequate filters voor communicatie tussen volwassenen en kinderen.
Concrete verbeteringen vereist
Volgens de overeenkomst moet Roblox de volgende maatregelen implementeren:
Kinderaccounts standaard op privé instellen
Volwassenen blokkeren tot contact met gebruikers onder 16 tenzij ouderlijke toestemming is geverifieerd
Meldingssysteem voor klachten verbeteren met terugkoppeling aan gebruikers
Onafhankelijk auditor inhuren om veiligheidstools te valideren
Impact op miljoenen kinderen
Roy Morgan-onderzoek uit december 2025 schat dat 1,7 miljoen Australische kinderen actief zijn op Roblox, wat het platform de op één na populairste game maakt in het land. Deze regeling markeert een belangrijk precedent: het is de eerste keer dat externe auditing wordt verplicht onder de Online Safety Act, wat mogelijkerwijs invloed zal hebben op internationale platformregulering.
DuckDuckGo verklaart de oorlog aan YouTube-reclames
Je opent een YouTube-video en voor je het weet zit je weer 15 seconden naar een ongeskippable verzekeringsreclame te kijken. DuckDuckGo is het zat. De privacy-browser blokkeert vanaf nu standaard de meeste YouTube-advertenties.
Het bedrijf maakte de feature op 9 juli bekend. Kijk je YouTube via de DuckDuckGo-browser, dan worden zowel pre-roll als mid-roll advertenties weggefilterd. Je hoeft er niets voor te doen. De functie staat aan by default op iPhone, Mac en Windows. Op Android moet je hem nu nog handmatig aanzetten via Instellingen > Ad Blocking, maar ook daar wordt hij binnenkort automatisch actief.
Technisch leunt DuckDuckGo niet op eigen magie, maar op de community. Voor de detectie gebruikt de browser de open-source filterlijsten van uBlock Origin, die continu worden bijgehouden door een actief open-source collectief. Waar nodig voegt DuckDuckGo eigen regels toe voor betere compatibiliteit.
De timing is geen toeval. Het is een directe steek onder water naar Google. Waar YouTube de afgelopen twee jaar de strijd tegen adblockers juist opvoerde met pop-ups, vertragingen en dreigementen, biedt DuckDuckGo nu een gratis alternatief voor YouTube Premium. De boodschap: de volledige YouTube-ervaring, minus de advertenties.
Toch is er een kleine nuance. Het werkt alleen in de browser zelf, dus niet in de YouTube-app. Je moet YouTube dus echt via DuckDuckGo bezoeken. En DuckDuckGo belooft eerlijk te zijn: het gaat om "de meeste" advertenties. Google past zijn advertentie-injectie voortdurend aan, dus 100% blokkeren is een kat-en-muisspel.
Voor DuckDuckGo past de stap perfect in de positionering als privacy-beschermer. Het blokkeren van de ads is niet alleen minder irritatie, maar voorkomt ook dat trackers laden voordat je video begint.
Of Google dit pikt? Reken maar op een tegenreactie. Maar voor nu heeft iedereen die genoeg heeft van reclame er een krachtig, gratis wapen bij.
Eindelijk: YouTube komt officieel naar Android Auto – maar niet zoals je denkt
Het heeft jaren geduurd, met omwegen via sideloads, AAAD-apps en het beruchte NewPipe, maar nu is het officieel: YouTube krijgt native ondersteuning voor Android Auto.
Google is sinds eind maart 2026 begonnen met de uitrol. Als je je telefoon aansluit, duikt het YouTube-icoon gewoon op tussen Spotify en YouTube Music in de media-launcher.
Geen gehack meer, geen onbetrouwbare mirroring. En toch is er direct een kanttekening: YouTube op Android Auto is voorlopig vooral YouTube zonder beeld.
De eerste versie werkt als een audio-app. Je start een video op je telefoon, het geluid loopt door op de speakers van je auto, maar het scherm in je dashboard blijft statisch.
Je kunt niet browsen door Shorts, geen reacties lezen, geen video kijken. Precies zoals YouTube Music werkt. Google zegt dat dit is voor de rijveiligheid.
Wil je wél beeld? Dat komt eraan, maar alleen als je stilstaat. In Android Auto 14 en nieuwer – dat later dit jaar breed wordt uitgerold – krijgt Android Auto eindelijk ondersteuning voor video-apps. Dan kun je YouTube-video's in hoge resolutie kijken terwijl je geparkeerd staat of aan het laden bent. Zodra de auto weer in beweging komt, wordt de video automatisch gepauzeerd en schakelt hij terug naar alleen audio.
Er is nog een drempel: je hebt Premium nodig. Omdat de integratie leunt op background playback, werkt het alleen met YouTube Premium of het nieuwe Premium Lite van 7,99 dollar per maand. Zonder betaald abonnement zie je de app niet eens.
Het is typisch Google: eindelijk geven wat gebruikers al jaren vragen, maar met zoveel voorwaarden dat de magie er half vanaf is. Toch is het een belangrijke stap. Met video-ondersteuning, widgets en straks Gemini in Android Auto, wordt je infotainmentsysteem eindelijk meer dan alleen navigatie.
Signal test registratie zonder telefoonnummer
Privacy-app Signal werkt aan een functie waarmee gebruikers een account kunnen aanmaken zonder daarbij hun mobiele nummer prijs te geven. Tot nu toe was een geverifieerd telefoonnummer altijd een harde vereiste om de dienst te kunnen gebruiken. Onderzoekers ontdekten recent duidelijke verwijzingen naar deze nieuwe functie, intern aangeduid als "Signal Login", in de openbare broncode van de app.
Met de nieuwe optie kunnen gebruikers straks een volledig anoniem profiel opzetten op basis van een zelfgekozen gebruikersnaam, zonder dat daar een telefoonnummer aan hoeft te worden gekoppeld.
Dat is een langgekoesterde wens binnen de privacycommunity: hoewel Signal al langer toestaat dat telefoonnummers standaard verborgen blijven voor andere contacten, bleef een nummer tot dusver noodzakelijk om de app te registreren.
Opvallend detail is dat deze alternatieve registratiemethode volgens recente bevindingen niet gratis zal zijn. Gebruikers die een account zonder telefoonnummer willen aanmaken, moeten daarvoor naar verwachting een eenmalig bedrag betalen. De reden ligt voor de hand: zonder de drempel van een telefoonnummer wordt het voor kwaadwillenden makkelijker om op grote schaal nepaccounts aan te maken voor spam en misbruik. Een kleine financiële drempel moet dat tegengaan.
De functie wordt momenteel getest via een aparte "Staging"-versie van de app, waarin een beperkte groep testers wordt gevraagd crashes en foutmeldingen te melden. Signal zelf waarschuwt dat deze vroege bouwversie nog ruwe randjes kent, omdat de manier waarop accounts worden geïdentificeerd fundamenteel verandert.
Wanneer de functie breed beschikbaar komt, is nog niet officieel bevestigd. Voor gebruikers die extra anoniem willen communiceren, zoals journalisten, activisten en klokkenluiders, is de stap wel een belangrijke: een account dat volledig loskomt van een telefoonnummer maakt het aanzienlijk lastiger om een Signal-gebruiker aan een echte identiteit te koppelen.
Liefde vinden via de hobby: waarom Gen Z de dating-app links laat liggen
Over dertig jaar vertelt een twintiger van nu misschien aan zijn kleinkinderen dat hij zijn partner niet vond via een swipe, maar tijdens een hardlooptrainingetje op zaterdagochtend of in een leesclub. Het klinkt ouderwets, maar het is precies de trend die zich nu onder Gen Z aftekent: de liefde 'gewoon' in het echt zoeken, tijdens een activiteit waar de hobby centraal staat — niet het profiel.
Cijfers onderstrepen de omslag. Een onderzoek van gezondheidsmerk Hims uit 2025 laat zien dat 77 procent van de Gen Z-respondenten hun partner in persoon ontmoette, niet via een app. Tegelijk toont data van analysebureau AppsFlyer dat een groot deel van alle dating-apps die in 2024 werden gedownload, binnen een maand alweer werd verwijderd — een teken van groeiende appmoeheid. Een Forbes-peiling vond dat meer dan driekwart van Gen Z zich uitgeput voelt door het eindeloze swipen, met weinig echte connectie als resultaat.
De hobby wint terrein als alternatief. Evenementenplatform Eventbrite zag het aantal singles-gerichte trivia-avonden in een jaar tijd meer dan verviervoudigen, en ook mahjong-avonden, plantenruilbeurzen en pilates-socials trekken steeds meer bezoekers. Leesclubs blijken een opvallend sterke motor: uit Amerikaans onderzoek van Talker Research bleek dat bijna een kwart van de boekenclubleden ooit een romantische klik had binnen de groep, en bijna de helft geeft aan liever iemand te ontmoeten via een boekenclub dan via een datingapp.
De verklaring is simpel: een gedeelde hobby biedt context die een profielfoto nooit kan geven. Je ziet iemand niet geënsceneerd, maar zoals die daadwerkelijk is — tijdens het rennen, lezen of breien. De dating-app verdwijnt daarmee niet helemaal, maar verschuift van hoofdmiddel naar hulpmiddel: een manier om te ontdekken wie er in de buurt met dezelfde hobby bezig is, waarna het echte werk offline gebeurt.

Firefox voegt Nederlandse Startpage toe als zoekmachineoptie
Firefox-gebruikers in Nederland kunnen vanaf vandaag de Nederlandse zoekmachine Startpage rechtstreeks instellen als standaardzoekmachine, zonder eerst een extensie te hoeven installeren. Mozilla rolt de functie uit met de release van Firefox 154 en voegt Startpage daarmee toe aan het rijtje ingebouwde opties naast Google, Bing, DuckDuckGo en Perplexity.
De stap komt niet uit de lucht vallen. Al sinds eind april liep er een kleinschalige proef met directe Startpage-ondersteuning in Firefox 150, destijds beperkt tot een testgroep in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Die pilot is nu definitief geworden en breidt bovendien uit naar Oostenrijk en Zwitserland. Een versie voor Firefox op Android en iOS volgt op korte termijn.
Volgens Mozilla is de aanpassing minder een gok dan het lijkt: Firefox-gebruikers voeren nu al meer dan een miljard zoekopdrachten per jaar via Startpage uit, ook al moest dat tot nu toe via een omweg. Firefox-hoofd Ajit Varma noemt de toevoeging een manier om een echte privéoptie voor zoeken één klik dichterbij te brengen voor miljoenen Europeanen.
Startpage onderscheidt zich door Google-zoekresultaten te tonen zonder identificeerbare gebruikersgegevens door te sturen: geen profilering, geen advertentietracking op basis van zoekgeschiedenis. Het bedrijf werkt sinds 2019 vanuit Nederland en valt daarmee onder de AVG, ook al is het eigendom van een Amerikaans marketingbedrijf — een detail dat relevant blijft voor wie zich afvraagt onder welk rechtsstelsel zijn zoekdata precies vallen.
Voor de gemiddelde gebruiker verandert er weinig aan hoe zoeken voelt: de resultaten blijven vergelijkbaar met een gewone Google-zoekopdracht. Het verschil zit in wat er níet gebeurt op de achtergrond. Op een moment dat een handvol Amerikaanse techbedrijven het overgrote deel van de zoekmarkt beheerst, is een Europese, AVG-conforme optie die met één klik in te stellen is geen overbodige luxe.
Netflix: één kijker, één e-mailadres
Streaminggigant Netflix scherpt zijn strijd tegen accountdelen verder aan. Waar het bedrijf eerder al extra leden tegen betaling introduceerde, zou de volgende stap nog ingrijpender zijn: elke kijker binnen een huishouden moet worden gekoppeld aan een uniek e-mailadres. Geen losse profielen meer onder één login, maar volwaardige sub-accounts met eigen inlog.
Het idee is technisch logisch. Nu deelt een gezin van vier één wachtwoord en vier profielen. Voor Netflix is dat een zwart gat: wie kijkt er nou echt? Door iedereen te dwingen naar een eigen e-mailadres, krijgt Netflix een waterdicht identiteitsmodel. Het kan kijkgedrag nauwkeuriger koppelen, gerichter aanbevelingen doen en vooral: delen buiten het huishouden onmogelijk maken.
Voor de consument voelt het als een stap terug. Het gemak van één abonnement, één factuur en direct kijken verdwijnt. Ouders moeten voor hun kinderen e-mailadressen aanmaken, en wie geen extra adres wil prijsgeven, moet alsnog. Het roept direct privacyvragen op. Netflix verzamelt niet alleen meer persoonsgegevens, het maakt die gegevens ook noodzakelijk voor toegang. Onder de AVG is dat verdedigbaar, mits er een gerechtvaardigd belang is, maar de proportionaliteit is discutabel.
Technisch is de uitrol relatief eenvoudig. Netflix gebruikt nu al device-ID's, IP-locatie en Wi-Fi-netwerkchecks om een huishouden te definiëren. Voeg daar verplichte e-mailverificatie per profiel aan toe, met een eenmalige code, en je hebt een gesloten systeem. Extra leden kosten dan geen 3,99 euro extra, maar worden standaard sub-accounts met eigen login, vergelijkbaar met hoe Apple Family Sharing werkt.
De vraag is of de gebruiker het pikt. Netflix won de vorige ronde tegen accountdelen omdat het alternatief – geen Netflix – erger was. Maar als elke tiener eerst een mailbox moet aanmaken om verder te kunnen kijken, groeit de irritatie. Concurrenten als Disney+ en Videoland kijken toe. Als dit model werkt, volgen zij. Zo wordt de dood van het wachtwoord delen misschien wel de geboorte van de verplichte e-mailmuur.
Ruzie met je bank of fintech? Dit kun je verwachten van Kifid
Wie in conflict komt met een financiële dienstverlener hoeft niet meteen naar de rechter. Het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) is dé erkende geschilleninstantie voor de financiële sector en biedt een laagdrempelig, gratis alternatief.
Maar wat kan de Nederlandse burger er eigenlijk van verwachten?
Eerst naar je aanbieder
Kifid behandelt klachten over financiële producten en diensten: verzekeringen, hypotheken, leningen, betaaldiensten en online brokers. Daarmee is het instituut steeds relevanter voor de tech-liefhebber met een neobroker of fintech-app. Eén voorwaarde wel: je moet je klacht eerst schriftelijk bij de aanbieder zelf hebben ingediend en die een redelijke reactietermijn geven.
Digitaal procederen
Daarna volgt een procedure die je grotendeels digitaal doorloopt: via een eigen 'Mijn Kifid'-account dien je je klacht online in, inclusief digitale documenten. Voor consumenten is dat gratis.
Kifid probeert eerst te bemiddelen; lukt dat niet, dan doet de onafhankelijke Geschillencommissie een uitspraak. Als consument kies je vooraf zelf of die bindend of niet-bindend is. Handig detail: bij een niet-bindend advies houd je de optie om alsnog naar de rechter te stappen.
De cijfers
Het vertrouwen groeit: in 2025 behandelde Kifid bijna 3.200 klachten, voor het vierde jaar op rij een stijging.. Bijna de helft werd naar tevredenheid van beide partijen opgelost en gebruikers waardeerden het instituut met een 7,6.. De meeste klachten gingen over schadeverzekeringen.
Transparantie als plus
Ook voor de digitale consument is er goed nieuws: alle uitspraken zijn openbaar op te zoeken in een online uitsprakenregister, zodat je eenvoudig checkt hoe vergelijkbare zaken werden beoordeeld
Conclusie: Kifid biedt geen garantie op gelijk, maar wel een snelle, gratis en transparante stap tussen klacht en rechtszaak. En in een steeds digitaler wordende financiële wereld is dat goud waard.
Meta haalt 756.000 social media-accounts van Australische tieners offline
Meta heeft sinds de invoering van het Australische verbod op sociale media voor jongeren onder de 16 jaar in totaal 756.000 accounts verwijderd. Het moederbedrijf van Facebook en Instagram zegt daarmee te voldoen aan de nieuwe wetgeving, terwijl de Australische toezichthouder juist onderzoekt of techbedrijven wel genoeg doen.
Ruim 750.000 accounts weg
Tussen 1 december 2025 en 30 juni van dit jaar deactiveerde Meta 462.000 Instagram-accounts en 294.000 Facebook-accounts waarvan het bedrijf vermoedde dat de eigenaren jonger dan 16 waren. Het merendeel van die accounts, ruim 500.000, werd al verwijderd vóórdat de wet op 10 december 2025 daadwerkelijk inging. In de maanden daarna kwamen er nog zo'n 250.000 accounts bij. Ter vergelijking: in januari stond de teller nog op 504.000 verwijderde accounts.
Voor het opsporen van minderjarige gebruikers zet Meta onder meer AI in. Daarbij wordt niet alleen naar de opgegeven geboortedatum gekeken, maar ook naar signalen in het profiel zelf, zoals berichten over verjaardagen of schooljaren, en naar meldingen van andere gebruikers. Wie na verwijdering opnieuw probeert in te loggen, krijgt bovendien niet onbeperkt nieuwe kansen.
Toezichthouder blijft kritisch
Australië voerde als eerste land ter wereld een landelijke minimumleeftijd van 16 jaar voor sociale media in, uit zorgen over de gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid van kinderen. Toch blijkt uit cijfers van de Australische onlinetoezichthouder eSafety dat het verbod in de praktijk nog beperkt effect heeft: in maart gaf 81,5 procent van de jongeren onder de 16 aan nog altijd een socialmediaplatform te gebruiken, tegenover 85,9 procent vlak voor de invoering van de wet. Veel minderjarigen konden hun account gewoon behouden of eenvoudig een nieuw account aanmaken, mede door het ontbreken van sluitende leeftijdscontroles.
De Australische regering wil daarom de druk opvoeren. Er ligt een voorstel om de maximale boete voor platforms die de regels overtreden te verdubbelen naar 99 miljoen Australische dollar, omgerekend zo'n 70 miljoen euro, en de toezichthouder meer bevoegdheden te geven om documenten op te vragen. Vertegenwoordigers van Meta, TikTok en Google moeten zich binnenkort verantwoorden tegenover het Australische parlement.
737 nep-VPN-extensies in Chrome Web Store ontmaskerd: complete browsersessie werd omgeleid
Beveiligingsonderzoekers van Socket hebben een omvangrijke campagne blootgelegd waarbij 737 gratis VPN- en proxy-extensies in de Chrome Web Store zich voordeden als bekende privacydiensten. De extensies imiteerden onder meer Proton VPN, NordVPN, Surfshark, ExpressVPN en Cloudflare's 1.1.1.1, en waren samen goed voor bijna 75.500 installaties, verspreid over minstens 40 uitgeversaccounts.
Van de extensies die Socket kon analyseren, bleek nagenoeg iedere versie het volledige browserverkeer om te leiden via een gedeelde SOCKS5-proxy, zonder enige vorm van encryptie of split tunneling. Dat plaatst de aanvaller in een positie om alle bezochte websites, TLS-verbindingsgegevens en het IP-adres van het slachtoffer in te zien. Ruim honderd extensies verhulden bovendien hun eigen proxyverkeer door domeinnamen via DNS-over-HTTPS te herleiden naar een kaal IP-adres, zodat er geen zichtbare DNS-aanvraag naar de eigen infrastructuur werd verstuurd.
De campagne richtte zich overwegend op Russischtalige gebruikers die geblokkeerde diensten als Instagram, ChatGPT en YouTube probeerden te bereiken.
Wie voor een betaald abonnement koos, bleek servers in landen als Japan en Australië te kopen die technisch niet eens bestonden: alle geadverteerde premium-locaties gaven geen DNS-antwoord.
Socket koppelde de extensies aan één en dezelfde actor via onder meer een gedeeld analytics-account, identieke build-paden op een Windows-machine en clusters van domeinregistraties binnen enkele seconden tijd. Google heeft inmiddels 221 van de 737 extensies verwijderd, maar 516 stonden op het moment van publicatie nog altijd live in de Web Store, goed voor ruim 58.000 actieve installaties.
Gebruikers die een van de betrokken extensies hebben geïnstalleerd, wordt geadviseerd deze direct te verwijderen, de proxy-instellingen van Chrome te controleren via chrome://settings, en wachtwoorden te wijzigen die tijdens gebruik zijn ingevoerd op niet-HTTPS-websites.
Onderzoek: Windows 11 duwt gebruikers nog altijd richting Edge
Microsoft blijft gebruikers op subtiele wijze naar Edge sturen, ook als ze bewust voor een andere browser kiezen. Dat blijkt uit een nieuwe enquête van de Browser Choice Alliance (BCA), een coalitie van browserontwikkelaars die pleit voor eerlijke concurrentie op de desktopmarkt.
Het onderzoek, uitgevoerd door Savanta onder 2.000 Amerikaanse volwassenen met een Windows-laptop of -desktop, is volgens de BCA de eerste grootschalige consumentenpeiling die specifiek kijkt naar hoe mensen browserkeuze op Windows ervaren.
De cijfers laten een duidelijke kloof zien tussen wens en werkelijkheid. Liefst 86 procent van de ondervraagden vindt dat zij zelf de standaardbrowser moeten kunnen bepalen, en 80 procent is voorstander van een simpele "one-click" manier om dat te doen. Toch heeft Edge, dat op vrijwel elk nieuw Windows-toestel voorgeïnstalleerd staat, bij 81 procent niet de voorkeur. Opvallend: 26 procent heeft Edge nog altijd als standaardbrowser ingesteld, terwijl slechts 19 procent zegt Edge daadwerkelijk te verkiezen boven andere opties.
Het omzeilen van die voorkeur blijkt bovendien lastig. Van de gebruikers die de afgelopen één à twee jaar probeerden over te stappen, ondervond 72 procent problemen — van systemen die telkens terugverwijzen naar Edge tot links die toch weer in de oude browser openen. Ook na een succesvolle overstap is de keuze niet altijd blijvend: bij 29 procent van de gebruikers zorgde een Windows-update ervoor dat hun browservoorkeur werd teruggezet.
De BCA signaleert daarnaast een ongelijke impact: 44 procent van de gebruikers van 65 jaar en ouder ervaart het wijzigen van de standaardbrowser als complex, tegenover slechts 15 procent van de groep tussen 18 en 44 jaar.
De alliantie roept Microsoft op onnodige drempels weg te nemen en gebruikers, niet het besturingssysteem, de controle te laten houden over hun browserervaring. De komende weken volgen meer analyses op basis van dezelfde data.
TikTok staat bomvol nepadvertenties voor studentenkamers, opletten dus!
Jongeren zoeken volop informatie en tips op TikTok, maar wie er een studentenkamer op zoekt, moet extra alert zijn. Uit onderzoek van NOS Stories blijkt dat het platform overspoeld wordt met honderden nepadvertenties voor studentenkamers en huurwoningen, puur bedoeld om woningzoekenden op te lichten.
Misbruik van bestaand aanbod
Oplichters kopiëren foto's en beschrijvingen van bestaande advertenties en zetten daar een aantrekkelijk, te goedkoop aanbod overheen. Zelfs het aanbod van grote verhuursite Pararius wordt misbruikt: slachtoffers denken via die site te huren, maar het overgemaakte geld verdwijnt rechtstreeks naar criminelen. Pararius-directeur Jasper de Groot eist dat TikTok de nepaccounts verwijdert en overweegt inmiddels juridische stappen, omdat het platform volgens hem onvoldoende meewerkt.
Studenten als doelwit
Vooral in de zomervakantie, wanneer eerstejaarsstudenten koortsachtig op zoek zijn naar een kamer, slaan de oplichters toe. Slachtoffers wordt gevraagd om vooraf te betalen, bijvoorbeeld voor een "reserveringsgarantie" of bemiddelingskosten, waarna de vermeende verhuurder onbereikbaar wordt. Volgens de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) raken sommige studenten zo maanden aan borg kwijt voor kamers die helemaal niet bestaan.
Herkenbare rode vlaggen
Verdachte advertenties zijn vaak te herkennen aan tijdsdruk: er wordt gesuggereerd dat er veel andere kandidaten zijn en dat snel betalen noodzakelijk is. Ook het steeds uitstellen van een bezichtiging terwijl er al geld gevraagd wordt, is een duidelijk waarschuwingssignaal. De LSVb adviseert om nooit vooraf te betalen zonder eerst de woning te hebben gezien, verdachte posts direct bij TikTok te melden en bij financiële schade aangifte te doen en dit te melden bij de Fraudehelpdesk.
TikTok laat weten dat oplichting niet is toegestaan en meldingen te onderzoeken, maar tientallen frauduleuze accounts staan volgens het onderzoek nog altijd online. Met een landelijk tekort van duizenden studentenkamers blijft de kwetsbaarheid van woningzoekenden voorlopig groot.
AI-foto's op Vinted gevonden: NOS waarschuwt voor misleiding
Op tweedehandsplatform Vinted duiken steeds vaker advertenties op met foto's die door kunstmatige intelligentie zijn gemaakt of bewerkt. Uit een rondgang van de NOS blijkt dat dit geen incident meer is: de redactie stuitte binnen een uur op tientallen advertenties met AI-beelden.
Waar ligt de grens?
Niet elk gebruik van AI is problematisch. Het wegpoetsen van een rommelige achtergrond maakt een advertentie overzichtelijker zonder de koper te misleiden. Anders wordt het wanneer de kleur, pasvorm of staat van een product wordt aangepast, of wanneer verkopers AI-gegenereerde fotomodellen gebruiken die het kledingstuk "dragen" terwijl ze in werkelijkheid niet bestaan. Kopers krijgen dan een vertekend beeld van hoe het artikel er echt uitziet.
Vinted zelf laat weten dat AI als hulpmiddel is toegestaan, zolang de foto een nauwkeurige weergave van het item blijft. Gebreken en beschadigingen moeten volgens de voorwaarden van het platform zichtbaar zijn op de foto's. Bewust misleiden met AI-beelden is niet toegestaan, maar het platform geeft geen cijfers over hoeveel meldingen het hierover binnenkrijgt.
Ook kopers misbruiken AI
De misleiding werkt niet alleen één kant op. Er zijn gevallen bekend van kopers die na ontvangst van een product een foto insturen waarop plotseling schade te zien is, terwijl die er bij verzending niet was. Verkopers die hiermee te maken kregen, raden aan om het inpakproces te filmen als bewijsmateriaal.
Wat kopers kunnen doen
Let bij twijfel op details zoals onnatuurlijke handen, vreemde patronen in ritsen en logo's, of licht dat niet overeenkomt met de rest van de foto's. Vraag de verkoper om meerdere echte foto's, gemaakt bij normaal daglicht, met labels en eventuele gebreken goed in beeld. Betaal altijd via Vinted zelf, zodat kopersbescherming van toepassing blijft, en open bij twijfel tijdig een geschil in de app.
Signal werkt aan account zonder telefoonnummer
Betaling in plaats van telefoonnummer
Nieuwe aanwijzingen tonen dat deze alternatieve registratiemethode een eenmalige betaling zal vereisen, in plaats van een abonnement. Volgens de broncode gaat het om een eenmalig bedrag, geen terugkerende kosten. De exacte prijs is nog niet bekend; in de code staan vooralsnog alleen voorbeeldbedragen.
Waarom een telefoonnummer nu nodig is
Signal-CTO Ehren Kret noemde het voorkomen van spam en misbruik de belangrijkste reden waarom Signal nog geen registratie zonder telefoonnummer aanbiedt. Een telefoonnummer werkt als een natuurlijke drempel: het is lastiger en duurder om in bulk aan te schaffen dan bijvoorbeeld een e-mailadres. Kret sprak hierover eerder dit jaar op de FUTO Don't Be Evil-conferentie. Hij verwoordde het probleem als volgt: "We gotta figure out some way to induce a cost for signing up without a phone number." Een betaling moet dus die economische drempel vervangen, zonder gebruikers alsnog aan een identiteit te koppelen.
Optioneel, niet verplicht
De nieuwe methode komt naast de bestaande aanmeldprocedure, niet in plaats daarvan. Wie liever een telefoonnummer gebruikt, kan dat gewoon blijven doen. Wel is de keuze definitief: uit de broncode blijkt dat een account zonder telefoonnummer nooit alsnog een nummer kan krijgen, en andersom een account mét nummer dat nummer nooit kan afstoten. Wie later van gedachten verandert, moet dus een nieuw account aanmaken.
Nog geen releasedatum
Wanneer de functie daadwerkelijk beschikbaar komt, is nog niet duidelijk. Kret hoopte de mogelijkheid nog dit jaar te kunnen lanceren, maar concrete tijdlijnen ontbreken vooralsnog. Signal verbergt telefoonnummers overigens al sinds begin 2024 standaard voor contacten, en voerde vorig jaar optionele gebruikersnamen in als tussenstap richting minder nummerafhankelijkheid.
Surveillance pricing: hoe bedrijven jouw data gebruiken om de hoogste prijs te bepalen
Volgens Mozilla, de ontwikkelaar van Firefox, gebruiken steeds meer bedrijven een schat aan persoonlijke gegevens om te bepalen hoeveel een individuele klant bereid is te betalen.
Deze praktijk, 'surveillance pricing' genoemd, zorgt ervoor dat twee mensen voor exact hetzelfde product op hetzelfde moment een ander bedrag kunnen zien.
Wat is surveillance pricing?
In tegenstelling tot gewone dynamische prijzen, die reageren op vraag en aanbod, draait surveillance pricing om het individu.
Algoritmes verzamelen locatiegegevens, surfgedrag, aankoopgeschiedenis, het type apparaat en zelfs muisbewegingen om een profiel op te bouwen.
Op basis daarvan wordt ingeschat hoe prijsgevoelig iemand is, waarna de prijs daarop wordt afgestemd.
Wie via een duur toestel shopt, weinig prijzen vergelijkt of in een welvarende buurt woont, kan zo meer gaan betalen dan een ander voor hetzelfde artikel.
Voorbeelden uit de praktijk
Onderzoek van de Amerikaanse Federal Trade Commission liet eerder al zien dat bedrijven precieze locatiegegevens en browsegeschiedenis inzetten om klanten individueel te prijzen. Mozilla en Consumers International onderzochten in 2022 de datingapp Tinder en ontdekten dat gebruikers boven de dertig structureel meer betaalden voor de premiumversie dan jongere gebruikers.
Ook luchtvaartmaatschappijen en supermarkten liggen onder een vergrootglas: in de Verenigde Staten lopen inmiddels rechtszaken over de vraag of klantdata is gebruikt om vliegtickets duurder te maken, en verschillende Amerikaanse staten overwegen wetgeving die de praktijk aan banden legt.
Wat kun je zelf doen?
Volledig ontsnappen aan surveillance pricing is lastig, omdat de prijsbepaling grotendeels onzichtbaar op de achtergrond gebeurt. Toch zijn er manieren om het risico te beperken: weiger waar mogelijk trackingcookies, vermijd inloggen via Google of Facebook-accounts bij winkels, en gebruik een privacygerichte browser zoals Firefox in combinatie met een privacyvriendelijke zoekmachine. Ook helpt het om prijzen te vergelijken via een ander apparaat, netwerk of ingelogde status, aangezien persoonlijke prijzen vaak pas zichtbaar worden bij zo'n vergelijking.
Terwijl toezichthouders wereldwijd onderzoek doen naar de praktijk, blijft surveillance pricing voorlopig grotendeels onzichtbaar én onbeperkt legaal. Voor consumenten betekent dat vooral: hoe minder data je prijsgeeft, hoe kleiner de kans dat een algoritme precies weet wat jij bereid bent te betalen.
Dark Mode: is het echt beter voor je ogen?
Bijna elke app en elk besturingssysteem biedt inmiddels een donkere modus. De belofte klinkt aantrekkelijk: minder oogvermoeidheid, minder blauw licht en een rustiger scherm 's avonds. Maar houdt die belofte ook stand in wetenschappelijk onderzoek?
Het hangt van de omgeving af
Recent onderzoek laat zien dat dark mode geen universele oplossing is. In slecht verlichte ruimtes of 's avonds kan een donker scherm daadwerkelijk prettiger aanvoelen: het contrast tussen het scherm en de omgeving wordt kleiner, wat verblinding en vermoeidheid vermindert. In een fel verlichte kantooromgeving werkt het echter vaak averechts. De pupillen verwijden zich dan bij een donkere achtergrond, waardoor tekst met minder contrast juist lastiger scherp te krijgen is.
Studies uit 2025 bevestigen dit wisselende beeld. Onderzoek onder tabletgebruikers vond geen eenduidig verschil in directe oogvermoeidheid tussen licht en donker, al werden wel verschillen gemeten in knipperfrequentie en klachten over droge ogen. Ander onderzoek wijst zelfs op een hogere cognitieve belasting bij dark mode, vooral bij oudere gebruikers in een felverlichte ruimte.
Slaap en blauw licht
Waar dark mode wél overtuigend scoort, is rond bedtijd. Onderzoek onder ruim 120.000 volwassenen liet zien dat dagelijks schermgebruik vlak voor het slapengaan samenhangt met een aanzienlijk hogere kans op slechte slaapkwaliteit. Blauw licht remt de aanmaak van melatonine en verstoort zo het slaapritme. Oogartsen adviseren daarom sowieso om het scherm een uur voor het slapengaan te laten liggen; is dat niet haalbaar, dan kan dark mode helpen om de blootstelling aan blauw licht te beperken.
Niet voor iedereen even geschikt
Dark mode is bovendien niet voor elk oog gelijk. Mensen met lichtgevoeligheid kunnen baat hebben bij een donkere achtergrond. Voor mensen met astigmatisme — naar schatting bijna de helft van de bevolking — kan lichte tekst op een donkere achtergrond juist gaan "bloeden" of wazig lijken, wat leesbaarheid en comfort vermindert.
Je bezorgkosten terugvragen bij te late levering? De rechter geeft consumenten gelijk
Je kent het wel: je bestelt een bank, een koelkast of een pallet hout bij een webshop. Beloofde levertijd: binnen 4 werkdagen. Tien dagen later staat de bezorger pas voor de deur. Irritant, maar je bent allang blij dat het er is. Wat veel consumenten niet weten: die vertraging kan je geld opleveren.
De Consumentenbond roept consumenten expliciet op om in zo’n geval de bezorgkosten terug te vragen. Zeker bij grote en zware bestellingen – meubels, witgoed, bouwmaterialen – lopen die kosten al snel op tot 50, 75 of zelfs 150 euro. En ook als een webshop als Coolblue adverteert met ‘gratis bezorging’, zijn die kosten niet echt gratis. Ze zijn verwerkt in de productprijs. Juridisch gezien betaal je dus gewoon voor de bezorging, en mag je daar ook iets voor terugverwachten als de afspraak niet wordt nagekomen.
Dat het geen loze oproep is, blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank in Amsterdam. Een consument bestelde bij een tuincentrum met de expliciete belofte van levering binnen 4 werkdagen. De levering duurde uiteindelijk 10 werkdagen. De koper vroeg daarop de bezorgkosten van 20 euro terug. Het tuincentrum weigerde. De consument stapte naar de kantonrechter – en kreeg gelijk. De rechter oordeelde dat de bezorgkosten onderdeel zijn van de overeenkomst en dat bij een tekortkoming in de nakoming, zoals een te late levering, een gedeeltelijke ontbinding of prijsvermindering gerechtvaardigd is.
Voor de tech- en e-commerce sector is dit een belangrijke uitspraak.
Wat zegt de wet?
In Nederland geldt: als een webwinkel geen levertijd noemt, moet er binnen 30 dagen geleverd worden. Noemt de winkel wél een termijn – zoals “morgen in huis”, “binnen 2 werkdagen” of “binnen 4 werkdagen” – dan is die termijn bindend.
Komt de bestelling te laat, dan is de webshop in verzuim nadat je hem schriftelijk een laatste redelijke termijn hebt gegeven. Dat kan gewoon per e-mail.
Vanaf dat moment heb je rechten: je kunt de overeenkomst ontbinden, een vervangend product eisen of, en dat is hier relevant, een evenredige prijsvermindering vragen.
De rechter in Amsterdam zag de bezorgkosten als een zelfstandige vergoeding voor tijdige bezorging. Wordt die tijdigheid niet gehaald, dan hoeft de consument die vergoeding niet te betalen.
Waarom juist nu relevant?
Webshops hebben hun logistiek steeds verder geoptimaliseerd, maar de beloftes zijn ook steeds agressiever geworden. Next-day delivery is de norm geworden, mede dankzij spelers als Coolblue, Bol en Amazon.
Tegelijkertijd zien we dat vooral bij bulky goods – precies de categorie waar bezorgkosten het hoogst zijn – de keten kwetsbaar is.
Geen chauffeurs, volle distributiecentra, beschadigde zendingen. De consument betaalt ondertussen de volle mep.
Het terugvragen van bezorgkosten is geen kleine lettertjes-truc, het is een drukmiddel om webwinkels aan hun belofte te houden.
Zo pak je het aan
Check je bestelbevestiging. Staat er een concrete levertijd? Screenshot die.
Stel de webshop in gebreke. Stuur een mail: “U heeft niet geleverd binnen de afgesproken termijn. Ik stel u een laatste termijn van 2 werkdagen.”
Vraag expliciet om terugbetaling van de bezorgkosten als compensatie voor de vertraging. Noem de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en het advies van de Consumentenbond.
Weigert men? Stap naar de geschillencommissie Thuiswinkel of Webshop Keurmerk. Voor bedragen tot 5.000 euro kun je relatief eenvoudig naar de kantonrechter zonder advocaat.
Let wel: je krijgt niet automatisch alles terug. Bij een vertraging van één dag zal een rechter minder snel 75 euro bezorgkosten onredelijk vinden dan bij een vertraging van een week. De vergoeding moet proportioneel zijn.
Maar de boodschap is helder: ‘gratis bezorging’ bestaat niet. En te late bezorging hoeft dus ook niet gratis te zijn voor de consument.
Maak jouw eigen website met JouwWeb